Digitale zorg in Nederland

| Artigo

Samenvatting

Op alle niveaus van de zorg in Nederland bestaat groot potentieel om meer gebruik te maken van de mogelijkheden van digitale zorg. Deze mogelijkheden bevinden zich op drie functionele gebieden: connectiviteit, automatisering en ‘advanced analytics’. Het succesvol benutten van deze mogelijkheden leidt tot een zorg van hogere kwaliteit, met meer oog voor wensen van patiënt en zorgverlener, die zichzelf ook op financieel vlak meer dan terugverdient.

Zorgorganisaties aan zet om digitale zorg toe te passen in Nederland

Door de COVID-19 crisis is in de Nederlandse zorg gedwongen versneld digitaal te gaan werken op sommige vlakken, zoals bijvoorbeeld via invoering van het e-consult. Er is hiermee momentum gecreëerd voor zorgorganisaties om verder in te zetten op een verandering in werkwijze die noodzakelijk is om de mogelijkheden van digitale zorg optimaal te benutten. Er zal gezamenlijk een nieuwe manier van werken ontwikkeld moeten worden die alle partijen in staat stelt om technologie optimaal te vervlechten in de dagelijkse praktijk. Dit vraagt om zowel een investering in digitale zorgtechnologie als het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden van medewerkers.

Praktijkvoorbeelden in Nederland laten zien dat daar waar met succes is overgestapt op een nieuwe manier van werken met toepassing van een digitale technologie, er vaak een heldere, maar nauwe, focus is aangebracht in de uitvoering: één ziektebeeld en één type zorgverlener. Deze focus maakt het aantrekken van financiering voor dit proces relatief eenvoudig. Daarentegen wordt de potentieel grotere winst die behaald kan worden uit complexere, zorgketen-overstijgende initiatieven minder gemakkelijk gerealiseerd, omdat hiervoor niet altijd kan worden bepaald wie welke investering moet doen en wie de opbrengst en/of verbetering kan claimen. Er ligt een duidelijke kans (en verantwoordelijkheid) voor een sturende regie vanuit zorgverleners tezamen met de overheid en/of de zorgverzekeraars. Want alleen samen beschikken zij over de middelen, expertise en schaal om te voorzien in de benodigde financiering en de uitrol van de initiatieven. Onder deze regie kan een bredere, grootschaligere en langdurige implementatie van digitale zorg worden bewerkstelligd.

Digitale zorg leidt tot betere, plezierigere zorg voor patiënt én zorgverlener

Digitale zorg kan de beleving en de kwaliteit van de zorg op drie manieren ingrijpend verbeteren, zowel voor patiënten als zorgverleners:

  1. Patiënten ervaren meer autonomie, hebben een beter inzicht in de eigen gezondheid en staan dichterbij de zorgverlener.
  2. De kwaliteit van de zorg wordt verhoogd door de toepassing van betere passende behandelingen, gebaseerd op grotere beschik-baarheid van relevante data. Dit voordeel is waarneembaar bij de diagnostisering, de keuze voor een specifieke behandeling en de uitvoering van de behandeling.
  3. Administratieve taken worden overgenomen of drastisch versimpeld, waardoor zorgverleners meer tijd overhouden voor interactie met de patiënt. Dit komt de beleving van de zorg ten goede voor zowel zorgverlener als patiënt.

Alle seinen staan op groen voor de implementatie van digitale zorg in Nederland

Nederland is klaar om toepassingen van digitale zorg ruim baan te geven. We hebben een goede digitale infrastructuur, een bevolking die nieuwe technologie omarmt, en een sterke cultuur van innovatie en ondernemerschap. Patiënten geven aan dat ze graag gebruik maken van de mogelijkheden die digitale zorg hen kan bieden. Bovendien heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) al in 2014 ambitieuze doelen geformuleerd ten aanzien van digitale zorg en subsidieprogramma’s gestart om deze doelen te verwezenlijken.

Toch is niet alles goud wat er blinkt. Het zorglandschap in Nederland is relatief gedecentraliseerd van aard. Dat maakt het sturen op prioriteiten en de samenwerking tussen partijen niet altijd even eenvoudig. Door het ontbreken van regie ontstijgen lokaal opgezette initiatieven te vaak niet de kleine schaal waarop ze zijn geïntroduceerd. Bovendien is er geen helder overzicht van alle activiteiten op het gebied van de implementatie van digitale zorg. Hierdoor worden kansen op synergie nog vaak niet benut. De overheid heeft de duidelijke taak om de rollen van faciliteerder en aanjager op zich te nemen, in samenwerking met de grotere partijen in de zorgsector.

Relatief kleine investeringen hebben op langere termijn een sneeuwbaleffect

Uiteraard zijn de voordelen van digitale zorg voor patiënt en zorgverleners de belangrijkste reden voor toepassing ervan. Maar het zijn niet de enige voordelen die deze ontwikkeling met zich mee zou brengen. Investeringen in digitale zorg betalen zich terug, met rendement.

Het opbrengstpotentieel van digitale zorg is groot. Investeringen in bestaande technieken leveren stapsgewijs geld op dat aangewend kan worden voor verdere investeringen. Als slechts enkele al bestaande en bewezen effectieve digitale zorgtechnologie vanaf nu tot 2030 wordt uitgerold, kan Nederland met deze opbrengsten de geschatte jaarlijkse zorgkosten met miljarden verlagen. Wanneer deze opbrengsten opnieuw worden geïnvesteerd in de verdere innovatie, implementatie en integratie van digitale zorg, kunnen in 2030 de totale structurele bruto opbrengsten op zo’n 18 miljard euro uitkomen (Figuur 1). We hebben daarbij niet in kaart gebracht wat de benodigde investeringen zijn in techniek en de organisatie om de nieuwe techniek te ondersteunen – dit is in andere landen typisch rond de helft van deze opbrengsten geweest. (Figuur 1).

Figuur 1

Inleiding: wat is digitale zorg?

Overal om ons heen zien we de wereld verder digitaliseren. Door lagere kosten van dataopslag, meer beschikbaarheid van data en de ontwikkeling van geavanceerde toepassingen zoals ‘machine learning’ en kunstmatige intelligentie komt digitalisering binnen ieders bereik.

Verdere digitalisering zou wereldwijd tot een extra jaarlijkse productiviteitsgroei van tussen 0,8 en 1,4% kunnen leiden en gaat naar verwachting de helft van alle activiteiten van werknemers veranderen, zo berekende het McKinsey Global Institute.1 Ook de zorgsector zou van digitalisering kunnen profiteren. Maar wat houdt digitalisering van de zorg, oftewel digitale zorg, eigenlijk in?

Digitale zorg is “de toepassing van zowel digitale informatie als communicatie om de gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen en/of te verbeteren”.2 Hierbij is het belangrijk om te beseffen dat digitale zorg niet één grote ontwikkeling betreft, maar juist bestaat uit een combinatie van vele kleine oplossingen en vaardigheden. Het gaat niet om één groot IT-systeem, maar om de mogelijkheid om tegen lagere kosten kleinere apps, sensoren en andere systemen in te zetten zodat we veel meer kleinere processen kunnen automatiseren dan in het verleden. Al deze toepassingen kunnen gezamenlijk leiden tot een grote vooruitgang in de zorg. Er valt een scala van technologie en toepassingen onder deze term: alles tussen het alweer ouderwets aandoende gebruik van de telefoon in plaats van een fysiek consult in het ziekenhuis, tot aan het gebruik van technologie die nog volop in ontwikkeling is, zoals kunstmatige intelligentie.

In dit rapport hebben we reeds bestaande en bewezen technologie op een rij gezet en ingedeeld in drie functionele gebieden of soorten toepassingen onderscheiden (Figuur 2). Per categorie hebben we gekeken naar de voordelen van toepassing daarvan voor zowel patiënt als zorgverlener, en een inschatting gemaakt van de potentiële financiële impact op de Nederlandse zorg. Dit werd gedaan op basis van meer dan 500 internationale wetenschappelijke artikelen en onderzoeksrapporten over de invloed van bestaande en bewezen technologie in verschillende zorgomgevingen.3 We geloven dat onze berekening hiermee een conservatieve inschatting betreft, omdat we bijvoorbeeld reeds bestaande maar nog niet goed gedocumenteerde innovaties niet hebben meegenomen.

Drie aspecten leiden tot de grootste winst in de kwaliteit van de zorg door gebruik van digitale zorgtechnologie. Dit zijn een snellere en effectieve behandeling van patiënten, effectievere hulp bij gedragsverandering van patiënten, en het beter opvolgen van de geboden medische adviezen en behandeling door patiënten.

De grootste financiële opbrengst die digitale zorg kan opleveren, wordt bereikt doordat kosten verschuiven naar minder hooggespecialiseerde centra of thuis, wat een lager kostenniveau met zich meebrengt. Ook kan met behulp van digitale zorg meer worden ingezet op (goedkopere) preventie, waardoor de kosten per zorgpad dalen.

Hieronder volgt een beschrijving van de bestaande en bewezen technologie binnen de drie functionele gebieden: connectiviteit, automatisering en ‘advanced analytics’ (Figuur 2). Een gedetailleerde beschrijving van de veertien toepassingsgebieden is te vinden verderop in het artikel.

Figuur 2

Connectiviteit: preventie, bewaking en zorg op afstand

Door gebruik te maken van internet en telecommunicatiemogelijkheden kunnen mensen meer en laagdrempeliger inzicht krijgen in hun eigen gezondheid. Zij kunnen gemakkelijker op afstand communiceren met zorgprofessionals, waardoor minder huisarts- en ziekenhuisbezoeken nodig zijn en opnames korter kunnen duren. Vanaf de kant van zorgprofessionals geldt ook het voordeel van op afstand kunnen meekijken met patiënten via data en via daadwerkelijk contact met de patiënt. Bovendien kunnen zij door de inzet van deze communicatiemogelijkheden makkelijker advies vragen aan collega’s.

Automatisering

Procesautomatisering in de zorg biedt perspectief op consistentere kwaliteit, snellere doorstroming en een efficiëntere inzet van beschikbare capaciteit in de zorg. Door handmatige processen zoals bijvoorbeeld de administratielast te vervangen met een digitale zorgoplossing wordt tijd vrijgespeeld. Deze tijd kunnen zorgverleners gebruiken voor persoonlijke patiëntenzorg. (Figuur 3).

Figuur 3

Advanced analytics

Met het begrip ‘advanced analytics’ wordt verwezen naar de mogelijkheid om grote hoeveelheden gegevens te analyseren met behulp van geavanceerde statistische modellen en kunstmatige intelligentie. Hierbij worden digitaal gegevens uit allerlei bronnen (zoals declaratiedata, elektronische patiëntendossiers (EPDs), wetenschappelijk onderzoek, ‘wearables’ en andere sensoren) geanalyseerd met als doel betere voorspellingen te kunnen doen over het ziekteverloop. Ook wordt de individuele patiënt zo een behandeling geboden die beter op zijn/haar ziektebeeld is afgestemd. (Figuur 4).

Figuur 4

Dromen voorbij vandaag

Het korte overzicht hierboven is incompleet omdat er voortdurend nieuwe digitale zorgtechnologie wordt ontdekt en toegepast. Zo heeft bijvoorbeeld spraakherkenning zich enorm ontwikkeld in de afgelopen jaren en worden nog iedere maand indrukwekkende nieuwe stappen gezet. Met deze technologie zou de grote administratielast van zorgverleners kunnen worden weggenomen. Dit soort razendsnelle ontwikkelingen gaan verder dan in dit rapport is onderzocht omdat we enkel hebben gekeken naar technologie die reeds in de literatuur is besproken en efficiënt is gebleken. Maar natuurlijk dromen wij van zorg met minimale administratielast zodat zorgverleners meer tijd met de patiënt kunnen besteden. Ook dromen we van preventieve programma’s die zorgen dat de levensverwachting voor iedereen even hoog is, ongeacht opleidingsniveau, mate van geletterdheid of woongebied. En we dromen dat chronisch zieken door een vermindering van het aantal ziekenhuisbezoeken minder het gevoel hebben dat ze ziek zijn.

Laten we ons niet in deze dromen verliezen en dus vooral kijken naar wat we nu al kunnen doen om steeds een stukje meer van deze dromen waar te maken. Hiervoor moeten pilots landelijk schaalbaar gemaakt worden en dient zowel bij zorgverleners, patiënten, zorgverzekeraars en burgers een cultuurverandering te worden bewerkstelligd. De eerste stap is wellicht nu gezet door de COVID-19 crisis: waar er eerst door sommige belanghebbenden kritisch en wantrouwend werd gekeken naar digitale zorg, is er nu een momentum gecreëerd voor verandering. Er is veel mogelijk wanneer alle partijen onder regie hun schouders zetten onder de taak die voorligt. Middels eerste aanbevelingen in dit artikel (zie hoofdstuk 1) hopen we samen met alle belanghebbenden een vervolgstap te zetten naar een mooie digitale toekomst voor patiënt en zorgverlener.

1. Zorgorganisaties aan zet om digitale zorg toe te passen in Nederland

Er ligt een duidelijke kans voor alle zorgorganisaties in Nederland om in te zetten op een grote verandering in werkwijze om de mogelijkheden van digitale zorg optimaal te kunnen benutten. De eerste stap lijkt de afgelopen maanden tijdens de COVID-19 crisis gezet: doordat de zorgsector flexibeler dan ooit moest zijn en zorgprofessionals werden gedwongen vormen van digitale zorg toe te passen, lijkt de algemene erkenning van het belang van digitale zorg en ook van de mogelijkheid tot veilige en adequate toepassing hiervan sterk vergroot. Het is aan de zorgorganisatiesom gezamenlijk een nieuwe manier van werken te ontwikkelen die alle betrokkenen in staat stelt om technologie optimaal te vervlechten in de dagelijkse praktijk. Dit vraagt niet alleen om een investering in digitale zorgtechnologie maar juist ook om het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden van zorgmedewerkers.

Voor de verdere integratie van digitale zorg in Nederland moet niet alleen worden ingezet op proefprojecten (zoals nu veel wordt gedaan), maar ook op doelgerichtheid, versnelling en het opschalen van ideeën. Alle partijen die zijn betrokken bij de zorg kunnen daaraan bijdragen. De grootste opgave ligt wat dit betreft bij de zorgprofessionals en zorgorganisaties, maar zorgverzekeraars, de overheid en regelgevers vervullen hierbij een essentiële faciliterende rol.

We zien dat er diverse elementen belangrijk zijn om een digitale transformatie succesvol te laten zijn. Het begint met een visie en strategie plus het ontwerpen van heldere waarde- en gebruikscasussen (‘use cases’). Om de transformatie in de praktijk te brengen, dient daarnaast gewerkt te worden aan het organisatorische en operationele model, data-architectuur en aansturing, en de benodigde cultuur en talenten.

1. Een heldere visie en strategie voor digitale zorg in Nederland

Op hoog niveau is er een visie en een strategie opgesteld door de overheid: de minister van VWS heeft in 2014 doelen gepresenteerd ten aanzien van digitale zorg en ondersteunt deze ook met subsidies en programma’s als VIPP4 en Zorg voor Innoveren5. De zorg is daarnaast één van de domeinen van de Nederlandse Digitaliseringstrategie (DNS) 2020.6 De ‘eHealth-monitors’ van Nictiz laten zien dat zorgverleners overwegend enthousiast zijn over digitale zorg maar dat digitale zorg nog niet altijd goed is ingebed. Het aanbod van digitale zorgtechnologie overstijgt het gebruik ervan onder zowel zorgverleners als zorggebruikers.7 De overheid zou de zorgsector daarom bijvoorbeeld kunnen helpen door de gestelde doelen uit te splitsen in concrete, overzichtelijke stappen. Dan hoeft het zorgveld het wiel niet langer (volledig) zelf uit te vinden en kunnen zorgverleners en instellingen makkelijker en sneller de juiste richting inslaan.

De NL DIGIbeter 2020 – Agenda Digitale Overheid8 is hier een goed beginpunt voor, maar kan nog concreter worden uitgewerkt voor de zorg. Daarbij kan de overheid innovatie verder stimuleren op gebieden met de grootste potentiële kwaliteits- en productiviteitswinst. Het verder specificeren van deze agenda zou zorgverzekeraars, zorginstellingen en zorgprofessionals helpen te begrijpen hoe zij invoering van digitale zorg kunnen bevorderen.

Door meer transparantie en overzicht te creëren in digitale zorginitiatieven en een meer coördinerende rol te vervullen bij een grootschalige invoering van digitale zorg kan de overheid een positieve ontwikkeling in gang zetten en bespoedigen.

Ook voor zorgorganisaties is het belangrijk een visie en strategie op het gebied van digitale zorg te hebben. Startpunt daarvan is inzichtelijk maken wat hun huidige positie is. Hoeveel van de infrastructuur hebben zij al in huis? In hoeverre gebruiken zij digitale zorg al? En op welk gebied kan de organisatie het meeste uit digitale zorg halen? Zorgorganisaties dienen kritisch naar zichzelf te kijken en te bepalen waar zij staan ten opzichte van anderen, zowel nationaal als internationaal. Digitalisering in andere sectoren kan ook als voorbeeld en inspiratie dienen. Een strategische stip op de horizon voor digitale zorg moet helpen bepalen welke investeringen een maximale opbrengst uit digitale zorg opleveren.

2. Hoe verstandig te kiezen: prioritering van initiatieven

Inzicht in waar de meeste potentie ligt voor toepassingen van digitale zorg kan helpen in het prioriteren van initiatieven en beleid. Er zou zoiets kunnen komen als de CO2 reductiecurve: een overzicht van internationale literatuur in combinatie met inzichten van Nederlandse onderzoekers, zorgverleners en patiëntorganisaties omtrent de gebieden waar de grootste winst te behalen is. Zo kunnen initiatieven bijvoorbeeld gerangschikt worden op basis van potentiële impact en implementatiemogelijkheid, waarvan we een voorbeeld hebben gemaakt in figuur 5. Daarbij is het belangrijk dat er overeenstemming en duidelijkheid is over de respectievelijke verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen.

In het proces rondom waarde toevoegen spelen de zorgverzekeraars een belangrijke rol. Zij zouden de uitrol van digitale zorg financieel aantrekkelijker kunnen maken. Zorgorganisaties worden nog weinig financieel geprikkeld om digitale zorgtechnologie te ontwikkelen en in gebruik te nemen. Door vergoedingen aan instellingen en zorgverleners anders in te zetten, kunnen zorgverzekeraars het voor hen aantrekkelijker maken om de mogelijkheden van digitale zorg ten volle te benutten. Hiervoor doen wij drie suggesties.

Ten eerste zouden zorgverzekeraars meer vrijheid moeten krijgen en nemen om nieuwe tarieven te introduceren. In een versimpeld voorbeeld kan ervoor worden gekozen zorgorganisaties positief te belonen voor het gebruik van digitale zorg en te korten in vergoedingen als zij achterblijven met de uitrol van digitale zorg. In een dergelijk systeem is er bijvoorbeeld een bonus te behalen voor goed presterende zorgorganisaties tegenover een korting voor achterlopende partijen. Op deze manier worden alle zorgorganisaties gestimuleerd om in de uitrol van digitale zorgtechnologie een minimumniveau te behalen.

De tweede mogelijkheid is om voor een aantal jaren prijsafspraken te maken met zorgorganisaties, waarbij de productieafspraken worden losgelaten. Zorgorganisaties kunnen dan investeren in digitale zorg in de wetenschap dat dit hen niet meteen zal raken in de portemonnee. Zo kunnen gedane investeringen ook weer worden terugverdiend en hebben de investerende zorgorganisaties baat bij hun investeringen. Op een aantal plekken in Nederland vindt dit reeds plaats en daar lijkt dit systeem zijn vruchten af te werpen.

Figuur 5

Als derde mogelijkheid kunnen zorgverzekeraars ondersteuning bieden aan zorgorganisaties met investeringen in digitale zorgtechnologie die zich op termijn terugverdienen. Dit systeem leidt in eerste instantie tot een kostenverhoging doordat er middelen moeten worden aangewend voor de investeringen. Daarbij is het belangrijk dat de rol van verzekeraars anders wordt gedefinieerd; namelijk als actief investeerder in zorg. (Figuur 5).

3. Het organiseren en uitvoeren van innovatie en implementatie van digitale zorg

Een ingewikkeld organisatorisch vraagstuk zijn de zorgketen-overstijgende initiatieven. Dergelijke initiatieven zijn complex omdat de investering wordt gedaan op een andere plek dan waar de met die investering bereikte opbrengst terechtkomt. De overheid zou hier de organiserende rol op zich kunnen nemen om financiering en uitrol te coördineren. Zij zal hier voordeel mee behalen omdat goed gecoördineerde ketenzorg leidt tot betere kwaliteit van zorg en lagere zorgkosten. Een eerste aanzet hiertoe is gedaan door het advies over de financiering van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dat is aangevraagd door de minister van VWS naar aanleiding van digitale zorginitiatieven tijdens de COVID-19 crisis.9 De NZa en Zorginstituut Nederland (ZIN) zijn gevraagd om de hoofdlijnen van dit advies verder uit te werken.

Zorgorganisaties dienen inzicht te krijgen in hun organisatie en procesvoering. Wat er gebeurt wanneer dit niet eerst plaatsvindt, is goed te zien bij sommige organisaties (ook buiten de zorg). De invoering van digitale oplossingen mondt dan niet zelden uit in een lange lijst van activiteiten zonder dat resultaten zichtbaar zijn in de werkwijze of in de winst- en verliesrekening. Dat komt vooral omdat door het gebrek aan organisatie en procesvoering de organisaties niet in staat zijn hun proefprojecten succesvol op te schalen.10 Daarom is het belangrijk dat processen, infrastructuur en de organisatie als geheel klaar zijn voor een grootschalige inzet van digitale zorgtoepassingen. Een aantal kleine initiatieven is niet voldoende voor een totale digitale transformatie van een zorginstelling.

Het Nederlandse zorgstelsel is sterk gedecentraliseerd: er wordt veel zorg verleend op kleine schaal. Dit maakt het lastig om initiatieven op te schalen. Daarom zou er in het Nederlandse zorgstelsel een regierol opgezet en vervuld moeten worden, bijvoorbeeld door de academische ziekenhuizen, ziekenhuisgroepen of regioverbanden. Dit pleit ervoor dat UMC’s een grotere regierol zouden moeten vervullen in het Nederlandse zorgstelsel. Het is essentieel dat niet iedere regio of ieder UMC haar eigen ding gaat doen, bijvoorbeeld door invoeringen van landelijke standaarden, georganiseerd en gecoördineerd door de overheid.

4. Data-architectuur en aansturing: de discussie rondom privacy

Voordat het mogelijk wordt om op grote schaal een ‘state-of-the-art’ data architectuur en aansturing op te zetten, is meer duidelijkheid over de wetgeving rond privacy gewenst. Veel partijen zijn bang dat zij privacywetgeving overtreden en worden hierdoor geremd in het leveren van nieuwe digitale zorgtoepassingen. Dit gevoel wordt versterkt door de invoering van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in 2018 en de daarmee gepaard gaande publiciteit. Veel patiënten denken (en verwachten) daarentegen dat hun persoonlijke medische gegevens al worden gedeeld tussen de verschillende partijen in de zorg.

Het belang van privacy legt grote druk op mogelijkheden van datagebruik in digitale zorg en dus de ontwikkeling van de Nederlandse digitale zorg. Het wordt steeds belangrijker om een goede balans te vinden tussen de privacy van de patiënt en de mogelijkheid om patiëntgegevens te gebruiken in de zorg. Door de patiënt via een platform als MedMij de beschikking en controle te geven over de eigen, persoonsgebonden gegevens, ontstaan er nieuwe mogelijkheden met betrekking tot het verlenen van toestemming aan zorgorganisaties, wetenschappers en verzekeraars om die gegevens te gebruiken. Middels dit soort vernieuwingen worden we binnenkort waarschijnlijk voor de keuze gesteld of de privacy van de patiënt moet worden geregeld door de overheid of door de patiënt zelf. Om vernieuwing niet in de weg te staan, zou de overheid haar standpunt hierover kunnen vormen en duidelijk communiceren, zodat alle partijen in de zorg weten waar zij aan toe zijn.

Door middel van de nieuwe kaderwet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg, die naar verwachting begin 2021 in werking zal treden, wil de overheid zorgaanbieders verplichten om elektronisch gegevens te gaan uitwisselen en voorschrijven met gebruik van welke standaarden dit moet worden georganiseerd. Deze gegevensuitwisseling zal minimaal zijn en op decentraal in plaats van centraal niveau plaatsvinden, om tegemoet te komen aan zorgen omtrent privacy. De wet sluit aan bij bestaande kaders en regels omtrent gegevensbescherming en -verwerking en verschaft op dit punt geen extra duidelijkheid.

5. Cultuur en talent: de bouwsteen voor een succesvolle transformatie naar digitale zorg in Nederland

Zoals bij iedere transformatie, vormt verandering van cultuur het belangrijkste maar ook het moeilijkste onderdeel. De cultuurverandering zal onder andere plaats moeten vinden bij de zorgverleners, die de spil in de gezondheidszorg vormen. Door de invoering van digitale zorg verandert de dynamiek tussen patiënt en zorgverlener. De vraag is daarbij niet of dit zal gebeuren, maar wanneer. Er zijn zorgverleners nodig die het voortouw willen nemen in de digitale zorg-transformatie en als een ambassadeur laten zien hoe deze technologie de zorgverlener ondersteunt, juist om andere, meer kritische collegae te overtuigen van het belang, de mogelijkheden en de voordelen van digitale zorg. De COVID-19 crisis heeft zorgverleners ertoe gedwongen meer zorg op afstand te leveren waardoor de waarde van digitale zorgtechnologie al meer evident is geworden.

Er wordt een heleboel verwacht van zorgprofessionals, maar hen wordt niet altijd voldoende hulp geboden deze verwachtingen waar te maken. Daarom is een investering in transformatie van cultuur nodig waarbij zorgverleners de ruimte en ondersteuning krijgen om volop aan de slag te gaan met digitale zorgtechnologie. Zorgprofessionals zullen actief moeten worden opgeleid en getraind, zodat zij zich de kennis en vaardigheden eigen maken waaraan het hen nu nog ontbreekt. Voor een digitale transformatie van de Nederlandse zorg zal het ook nodig zijn meer digitaal talent aan te trekken om digitale zorg op hoog niveau te kunnen toepassen. Oftewel: een ‘re-skilling’ van zorgverleners, en een ‘up-skilling’ van digitaal talent.

Er dient ook gerealiseerd te worden dat een echt succesvolle toepassing van digitale zorg in Nederland er uiteindelijk toe zal leiden dat er minder personeel nodig is in de administratieve ondersteuning en op operationeel vlak. Om deze transitie te bewerkstelligen, is echter weer voldoende IT-personeel nodig. De vraag naar personeel in de zorg zal dus verschuiven naar een andere afdeling, met een vraag voor een ander type talent. Dat doet op dit moment echter niet af aan het feit dat er een stijgende vraag naar verpleging zal zijn door vergrijzing.11

2. Digitale zorg leidt tot betere, plezierigere zorg voor patiënt én zorgverlener

De samenleving individualiseert en mensen willen steeds meer controle kunnen uitoefenen over hun leven. Dit geldt ook in de zorg, waar patiënten meer inspraak in hun eigen zorg verlangen. Patiënten zeggen behoefte te hebben aan meer digitale zorgoplossingen. Giganten op het gebied van consumententechnologie als Apple en Google bieden mensen door middel van diverse apps steeds meer inzicht in hun gezondheid en laten patiënten zien dat zij ook daadwerkelijk zelf de regie kunnen nemen over hun behandeling. Dit beschikbare aanbod zal de vraag naar digitale zorg in de komende jaren waarschijnlijk verder doen toenemen.

In internationale vergelijkingen komt het Nederlandse zorgstelsel steevast als een van de beste ter wereld uit de bus.12 Dat neemt niet weg dat er genoeg te verbeteren valt in onze zorg. Zo kan de zorg zich meer richten op gezondheid in plaats van ziekenzorg en kan patiënten nog meer inspraak worden gegeven in hun eigen zorg.

Bovendien is er sprake van bewezen variatie in de kwaliteit van behandelingen en uitkomsten, net als in de gezondheidsstatus en zorguitkomsten voor verschillende groepen in de samenleving.13 Verder zijn de zorgkosten sinds de start van het nieuwe millennium met ruim 150% gestegen (Figuur 6). Van 2013 tot en met 2018 leken diverse maatregelen en het creëren van kostenbewustzijn te werken: zorgkosten stegen minder hard dan de groei van de economie. Deze trend werd in 2019 doorbroken met de grootste kostenstijging in tien jaar tijd (5,2%).14 De in 2019 verschenen middellangetermijnverkenning 2022-2025 van het CPB laat zien dat alhoewel de economische groei afzwakt, de zorguitgaven verder zullen groeien als gevolg van de vergrijzing. Oftewel: onze collectieve welvaart zal in toenemende mate afhankelijk worden van hoeveel geld we aan zorg (willen) besteden.15 Het blijft daarom belangrijk om te zoeken naar manieren om de zorgkosten te beperken; digitale zorg kan hier een substantiële bijdrage aan leveren. Daarnaast kan digitale zorg de zorg ingrijpend verbeteren. De afstand tussen zorgverleners en patiënten wordt verkleind, er wordt voorrang gegeven aan patiëntenzorg in het werk van zorgverleners, en de kwaliteit van de zorg wordt vergroot.

Figuur 6

Verkleining van de afstand tussen zorgprofessionals en patiënten

Met digitale connectiviteit kan zorg meer op afstand worden geleverd. Zelfzorgtechnologie kan preventief adviezen geven om te voorkomen dat mensen ziek worden. Patiënten met een chronische aandoening krijgen meer regie over hun eigen zorg en kunnen hun zorg meer in hun thuisomgeving ontvangen. Een voorbeeld van hoe dit in de praktijk werkt is te vinden bij de Hurley Group, een huisartsengenootschap in Londen. Hier kan een patiënt die zich zorgen maakt over zijn of haar gezondheid via de website zelf bepalen of het nodig is een afspraak te maken voor een consult. De patiënt ontvangt hierbij ook advies over mogelijkheden voor zelfbehandeling. Gedurende de proefperiode kon 60% van de patiënten die een teleconsult aanvroeg, de behandeling op afstand ondergaan. (Figuur 7).

Met behulp van digitale connectiviteit kan de communicatie tussen patiënt en zorgprofessionals meer vraag gestuurd worden – routinecontroles worden dan niet op voorhand met vaste tussenpozen ingepland, maar enkel op die momenten dat de patiënt daar behoefte aan heeft of zodra zijn/haar situatie verandert.

Zorg voor patiënt weer voorop in het werk van de zorgprofessional

Zorgprofessionals besteden in veel gevallen minder dan 40% van hun tijd aan direct contact met de patiënt.16 Door digitale zorgtoepassingen in te zetten voor het plannen en organiseren van zorg, kan de administratieve werkdruk van zorgprofessionals worden verminderd. Bovendien kunnen met digitale zorgtoepassingen de planningen van patiënten en personeel beter op elkaar worden afgestemd. Een goed voorbeeld hiervan is het TimebOKs initiatief in het UMC Utrecht om de planning van operatiekamers te optimaliseren. Door middel van een data gedreven algoritme wordt de wachttijd voor een operatie voorspeld en kan nauwkeuriger worden gepland, waardoor annuleringen op het laatste moment en uitloop kunnen worden gereduceerd. Dit levert de patiënt meer zekerheid op over het exacte moment van de operatie, omdat het de zorgverlener in staat stelt om nauwkeurigere informatie over wachttijden te verschaffen.

Hoge kwaliteit van zorg dankzij advanced analytics

Big data kan de uitkomsten van behandelingen inzichtelijker maken en helpen bij het maken van moeilijke keuzes. Zo kan ‘advanced analytics’ verschillen aan het licht brengen in de uitkomsten van behandelingen tussen zorgverleners. Die inzichten maken het mogelijk om kwaliteit van zorg te verbeteren en constanter te maken. Big data geeft de mogelijkheid tot inzicht in data die specifiek van toepassing is op de situatie van een individuele patiënt. Op die manier worden zorgverleners bij het maken van lastige beslissingen omtrent individuele patiënten ondersteund met meer inzichten, relevant voor elk specifiek geval. Zorg zal op die manier beter afgestemd kunnen worden op het individu, oftewel een toename van ‘personalised medicine’.

3. Alle seinen staan op groen voor de implementatie van digitale zorg in Nederland

Nederland heeft een goed uitgangspunt voor het verder opschalen van digitale zorg. De benodigde digitale infrastructuur (bijv. smartphone en Internet gebruik) is aanwezig en er is een sterke cultuur van innovatie en ondernemerschap. De overheid heeft een duidelijke ambitie gesteld met haar digitale zorgdoelen en stimuleert, net als zorgverzekeraars, digitale zorginitiatieven. De zorgsector investeert al in digitalisering door middel van pilots. Bovendien zijn Nederlanders vaker dan inwoners van andere landen gewend aan het werken met nieuwe technologie en staan patiënten meer open voor de mogelijkheden van digitale zorg. Daarnaast besteedt de overheid in haar digitale agenda NL DIGIbeter 2020 aandacht en budget aan de zogenaamde digitale inclusie: verschillende plannen moeten ervoor zorgen dat iedereen in Nederland kan meedoen in de digitale samenleving.17

De jaarlijkse eHealth Survey die HIMSS Analytics in samenwerking met McKinsey heeft uitgevoerd bevestigt dat Nederland er relatief goed voorstaat op het gebied van digitale zorg.18 Zo blijkt uit zelfrapportage dat meer dan 90% van de data in de zorg al in digitale vorm beschikbaar is. Daarnaast geeft 53% van de respondenten aan dat er voldoende IT-budget is voor de komende 12 maanden, een punt waarop in Europa enkel Oostenrijk en Italië hoger scoren. De ondersteuning door de overheid voor digitale zorg wordt in Nederland als hoogste beoordeeld (6,4 op een schaal van 10) en de uitgaven aan digitale oplossingen is ook het hoogst. Ondanks deze hoge scores in de zelfrapportage, zien respondenten Nederland niet als gidsland op het gebied van innovatie van digitale zorg in Europa. Estland, Denemarken, Finland en Zweden moet Nederland op dat gebied voor zich dulden.

Voor de opschaling van digitale zorg wordt een nieuwe mentaliteit gevraagd van zorgverleners, waarbij men open moet staan voor de nieuwe ontwikkelingen en voortdurende verbetering. Dit is nodig om de snelle stroom aan veranderingen te absorberen in een zorgorganisatie. Daarnaast wordt er ook meer gedacht in termen van zorgpaden (van en voor de patiënt) in plaats van specialismen (van de arts). Het gebruik van digitale zorgtoepassingen kan deze manier van werken nog effectiever maken. Het is van belang te realiseren dat er bepaalde randvoorwaarden in een ziekenhuis nodig zijn voor het efficiënt invoeren van digitale zorg.

Met de inzet van digitale zorg zal vraag ontstaan naar andere vaardigheden in de gezondheidszorg.19 Meer digitaal ervaren medewerkers (zoals ‘data scientists’, ‘data architects’ en ‘data engineers’) zijn nodig om de transitie naar digitale zorg te maken. Het grote verschil ten opzichte van andere sectoren is dat digitalisering in de zorg zal leiden tot een substantiële verandering in de interactie met de patiënt, maar niet tot minder zorgverlening. De vraag naar zorg zal namelijk in de komende jaren juist toenemen. In de zorg verdringt digitalisering – daar waar mogelijk – niet de kerntaken van de zorgverleners, maar vooral het administratief werk.

De ambitie voor de grootschalige, landelijk ‘uitrol’ van digitale zorg is door de minister van VWS al in 2014 uitgesproken. De minister stelde destijds drie doelen die in 2020 moesten zijn bereikt teneinde de verdere opschaling van digitale zorg te versnellen: (1) 80% van de chronisch zieken heeft direct toegang tot de eigen relevante medische gegevens; (2) 75% van de chronisch zieken en ouderen kan thuismetingen uitvoeren wanneer zij dat willen; (3) iedereen die thuiszorg ontvangt, kan 24 uur per dag via een beeldscherm met een zorgverlener communiceren.20

De overheid probeert met subsidies zorgorganisaties te stimuleren om meer digitale zorgtoepassingen in te voeren. Zo financierde het ministerie van VWS het initiatief Koppeltaal, dat informatiestromen uit e-health, ROM en EPD integreert in de werkomgeving van de GGZ-zorgverlener. Ook zorgverzekeraars ondersteunen proefprojecten, verlenen subsidies, en maken afspraken met zorginstellingen. Het Landelijk Schakelpunt (LSP) kreeg bijvoorbeeld steun van Zorgverzekeraars Nederland. Het LS is een netwerk waar zorgaanbieders op kunnen aansluiten en medische gegevens over hun patiënten kunnen raadplegen in elkaars systemen. Ook ondersteunden zorgverzekeraars de ontwikkeling van Twiin, een programma dat ervoor zorgt dat gegevens zoals röntgenfoto’s eenvoudiger gedeeld kunnen worden tussen zorgverleners en met patiënten (in plaats de huidige gang van zaken op een DVD per post). Waar er op lokaal niveau vaak kleine pilots worden uitgevoerd, coördineert Zorgverzekeraars Nederland dit op landelijk niveau.

Zorgorganisaties boeken ook progressie. Medisch specialisten onderkennen met hun Visiedocument Medisch Specialist 2025 het belang van digitale zorg.21 In deze visie beschrijven de medisch specialisten hoe zij de rol van digitale zorg zien in hun veranderende verhouding met de patiënt. De medisch specialisten hebben duidelijk de ambitie om bij de verdere grootschalige invoering van digitale zorg voorop te lopen. Uit de ‘eHealth-monitor’ blijkt ook dat zorgverleners ervan zijn doordrongen dat digitale zorg de zorg slimmer en beter kan inrichten.22

De meest recente resultaten van de ‘eHealth-monitor’ laten zien dat digitale zorg langzaam de weg aan het vinden is naar de patiënt. De daadwerkelijke inzet van toepassingen op het gebied van digitale zorg verloopt echter niet snel genoeg om de doelen die de overheid heeft gesteld ten aanzien van digitale zorg te halen, zo blijkt uit de monitor.23

In Nederland is, in vergelijking met andere zorgstelsels, de regie door de overheid beperkt en het zorgveld gefragmenteerd. Hierdoor werken veel partijen afzonderlijk aan vergelijkbare pilots, waardoor schaalvoordelen ontbreken en initiatieven klein blijven. De overheid stelde in de lopende kabinetsperiode (kabinet-Rutte III) 40 miljoen euro beschikbaar voor het bevorderen van digitale zorg.24 Met ‘Zorg voor innoveren’ beoogt de overheid zorgvernieuwers te informeren, adviseren en verbinden over digitale zorg. In 2020 heeft het ook een tweetal subsidieprogramma’s geïntroduceerd voor Implementatie- en opschalingscoaching (IOC) en Digicoaches.25

Een totaaloverzicht van hoe ver zorgorganisaties zijn met de invoering van digitale zorg en welke initiatieven er allemaal worden genomen zou helpen bij het vormen van een volledig beeld. Daarop aansluitend zou een landelijk inzicht in de beste digitale zorg toepassingen voor grootste opbrengst en/of de grootste kwaliteitsverbetering bevorderend zijn voor het maken van keuzes op overkoepelend niveau. Op deze manier wordt het gebrek aan overzicht van welke partij met welk initiatief bezig is, aangepakt. Daarnaast kan de overheid op deze manier beter sturen op prioriteiten.

De belangrijkste reden voor de trage invoering van digitale zorg lijkt te zijn dat zorgorganisaties en zorgprofessionals er tot voor kort nog niet ‘op volle kracht’ mee aan de slag zijn gegaan. Alhoewel de COVID-19 crisis tot meer digitale zorg heeft geleid, loert het gevaar op terugvallen naar oude gewoonten of in ieder geval geen verdere acceleratie van digitale zorg waar dit wel heel goed mogelijk is. Op dit moment is het voor zorgorganisaties vaak financieel onvoldoende aantrekkelijk om digitale zorg over de volle breedte in te voeren en wordt er daardoor ook geen langetermijnstrategie en -planning voor opgesteld. Bovendien resulteert digitale zorg die leidt tot preventie tot minder patiënten in ziekenhuizen, wat tot een inkomstendaling leidt. Andersom zouden investeringen in eerstelijnszorg kunnen resulteren in opbrengsten in ziekenhuizen, waarvan de eerste lijn zelf niet profiteert. Investeren in digitale zorg is dus niet altijd aantrekkelijk omdat de financiële opbrengst daarvan niet noodzakelijkerwijs terugvloeit naar investerende zorgpartij: dit maakt voornamelijk het invoeren van keten overstijgende digitale zorg initiatieven complex.

Zorgprofessionals zeggen dat de techniek in ziekenhuizen vaak nog niet goed meewerkt en ervaren dit als een drempel voor het gebruik van digitale zorg. Slechts 15% van de medisch specialisten denkt dat ICT-toepassingen de werkdruk kunnen verminderen.26 De Nationale Denktank 2019 concludeerde na onderzoek dat zorgprofessionals gemiddeld een uur per dag bezig zijn met het uitwisselen van data. Volgens 55% van hen compliceerde dat de zorg en bij 51% resulteerde dit in een mindere aangename werkbeleving. Betere opleiding, ondersteuning en kennisdeling kunnen bijdragen aan de effectieve integratie van digitale zorg in de huidige manier van werken.27

Tot slot lijken zorggebruikers nog te weinig meegenomen te worden in het gebruik van digitale zorgtoepassingen. De ‘eHealth-monitor’ laat zien dat minder dan een derde van artsen hun patiënten heeft aanbevolen om gebruik te maken van hun patiëntenportaal. Dit heeft tot gevolg dat minder dan 10% van alle patiënten (en onder chronisch zieken minder dan 15%) hun gegevens online hebben ingezien. Het online aanvragen van herhaalrecepten of het digitaal stellen van medisch inhoudelijke vragen wordt wel door een grote meerderheid van huisartsen aangeboden, waar dit onder medisch specialisten bij minder dan de helft gebeurt.28 Niet alle bestaande mogelijkheden op het gebied van digitale zorg lijken dus voldoende aandacht te krijgen, waardoor patiënten zich er vaak niet van bewust zijn.

4. Relatief kleine investeringen leiden tot een sneeuwbaleffect op langere termijn

Uiteraard zijn de voordelen van digitale zorg voor patiënt en zorgverleners de belangrijkste reden voor toepassing ervan. Maar het zijn niet de enige voordelen die deze ontwikkeling met zich mee zou brengen. Investeringen in digitale zorg betalen zich terug, met rendement.

Op basis van ruim 500 medisch wetenschappelijke artikelen over digitale zorgtoepassingen werd het effect van deze technologie op de ontwikkeling van de zorgkosten gemodelleerd. Daarbij is uitgegaan van een gestage opschaling van deze toepassingen tot 2030. Hierbij is rekening gehouden met een mogelijke toename in het zorggebruik als gevolg van een verbetering in de beschikbaarheid en kwaliteit van de zorg alsmede de zorg die gepaard gaat met de vergrijzing van de bevolking.

In het gehanteerde berekeningsmodel zijn uitsluitend directe opbrengsten meegenomen van technologie die op dit moment al bestaat én die bovendien wetenschappelijk is gevalideerd. Dat betekent dat de uitkomsten in deze verkenning een conservatieve schatting bieden van het mogelijke financiële effect. Technologie die zich nog in conceptfase bevindt is niet gekwantificeerd in het model.

We hebben niet in kaart gebracht wat de benodigde investeringen zijn in techniek en de organisatie om de nieuwe techniek te ondersteunen – dit is in andere landen typisch rond de helft van deze opbrengsten geweest. In plaats daarvan zijn wij ervan uitgegaan dat behaalde opbrengsten tot aan 2030 weer opnieuw worden geïnvesteerd om digitale zorg verder toe te passen en op te schalen, wat dekkend zou moeten zijn. Onderaan het artikel wordt uitgebreidere toelichting gegeven op de gehanteerde methodologie.

Volgens onze berekeningen kunnen de opbrengsten vanaf 2030 tot 18 miljard euro per jaar (Figuur 8) oplopen indien vanaf nu wordt ingezet op de verdere uitrol en integratie van digitale zorg met bestaande technologie die zich reeds heeft bewezen.

Wanneer digitale zorg gaandeweg landelijk wordt ingevoerd, kunnen in de periode tot 2030 de opbrengsten voor de zorg oplopen tot in totaal 114 miljard euro. Dit bedrag kan worden ingezet voor verdere invoering van digitale zorg. Er hoeven dan in (om en nabij) het komende decennium geen extra middelen te worden aangesproken om digitale zorgtechnologie op grote schaal en op landelijk niveau in te voeren.

Figuur 8
Figuur 9

De grootste opbrengst verwachten wij in de ziekenhuiszorg (Figuur 9). Daar kan vanaf 2030 9,5 miljard euro per jaar (ongeveer 25% van de begroting) worden vrijgemaakt indien de digitale zorgmogelijkheden volledig worden benut. Het grootste potentieel voor opbrengsten ligt in het op afstand bewaken van patiënten, met 2,1 miljard euro. Deze vorm van digitale zorg kan het beter mogelijk maken om preventieve maatregelen te nemen en sneller in te grijpen. Daardoor kan het beroep op spoedeisende hulp en ziekenhuisopnames afnemen. Met patiëntbewaking op afstand kunnen patiënten ook eerder worden ontslagen uit het ziekenhuis en zal minder vaak een vervolgafspraak nodig zijn. Een tweede groot opbrengstpotentieel schuilt in een volledig landelijk EPD: 2,4 miljard euro per jaar. Momenteel worden EPD’s vaak enkel gebruikt voor dossiervoering. Door systemen tussen verschillende zorginstellingen te koppelen kunnen administratieve lasten worden verlicht en dubbele onderzoeken voorkomen. Zorgverleners zullen dan meer tijd overhouden voor patiëntcontact en kernzorgtaken. Bovendien opent een landelijk EPD de weg naar kwaliteitsverbeteringen en meer uniforme klinische uitkomsten, doordat gegevens op een gestandaardiseerde manier worden opgeslagen en zo beter met elkaar te vergelijken zijn. Daarnaast leidt het tot een betere doorstroming van patiënten, en als gevolg daarvan een efficiëntere afstemming van de personele bezetting. Om dit te kunnen bereiken zullen er nog grote stappen moeten worden gezet op gebied van wet- en regelgeving alsook op het gebied van standaardisatie van registratie binnen de verschillende systemen.

Ook buiten het ziekenhuis is de waarde van digitale zorg groot. In 2030 is de verwachte opbrengst in de langdurige zorg (bijvoorbeeld gehandicapten- en ouderenzorg). Twee derde van die opbrengst komt uit het efficiënter maken van de thuiszorg, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat hulpverleners overal en altijd kunnen beschikken over patiëntgegevens, en door personeel slimmer in te delen door gebruik te maken van efficiëntere routes.

In de eerstelijnszorg is de verwachte opbrengst 2,6 miljard euro per jaar (ongeveer 31%). Het grootste gedeelte van deze opbrengst wordt bereikt door patiënten digitaal te verbinden met dit type zorg, zoals het voorbeeld van de Hurley Group liet zien. Vooral zelfdiagnostiek, e-triage en e-consults kunnen veel effect hebben. Indien alle technologie maximaal wordt ingevoerd, zal het aantal fysieke bezoeken naar de eerste lijn naar verwachting met meer dan de helft afnemen, terwijl het totale aantal zorgcontacten – fysiek en digitaal – waarschijnlijk toeneemt, doordat mensen zich meer bewust worden van hun gezondheid en latente vraag naar zorg wordt geactiveerd.

Bij de GGZ is de verwachte opbrengst 2,4 miljard euro per jaar (ongeveer 21%). Hier speelt, net als in de ziekenhuiszorg, bewaking op afstand een grote rol. Daarnaast lijkt de GGZ uitermate geschikt te zijn om zorg op afstand te leveren. Onderzoek naar ‘blended care’, waarbij reguliere consulten worden afgewisseld met teleconsulten, heeft aangetoond dat ‘blended care’ in de psychiatrische zorg niet onderdoet voor het traditionele directe, persoonlijke contact, en bovendien meestal goedkoper is.29

Afsluitende opmerkingen

In combinatie met de benodigde cultuurverandering kan digitale zorg waarde toevoegen op alle niveaus van de zorg in Nederland – voor patiënten, hun familie en vrienden, zorgverleners, en de samenleving als geheel. Digitale zorg geeft Nederland de mogelijkheid om de zorgkosten in de hand te houden en tegelijkertijd de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Door stelselmatig digitale zorg toe te passen kunnen de totale kosten in de periode tot 2030 worden verlaagd met ongeveer 18%. De toekomstige zorgbehoefte van onze verder vergrijzende samenleving kan dan met dezelfde middelen als vandaag de dag worden bediend.

In dit onderzoek is uitsluitend gekeken naar, en gerekend met, technologie die reeds beschikbaar is en waarvan de effectiviteit is bewezen. Maar technologische ontwikkeling gaat snel. Een disruptieve technologie die we nu nog niet kunnen voorzien zal misschien in de nabije toekomst op de markt komen. Indien nu wordt begonnen met digitalisering van de gezondheidszorg, kan een platform met infrastructuur en expertise worden ontwikkeld waarop verder kan worden gebouwd. De digitalisering plaveit daarmee de weg voor de integratie van nieuwe technologie in de Nederlandse gezondheidszorg, waardoor mogelijkheden om de zorg verder te verbeteren snel zullen kunnen worden geïmplementeerd. Digitalisering van de gezondheidszorg is ook belangrijk om de toppositie in Nederland op gezondheidsgebied vast te houden.

Integratie van digitale zorg in de Nederlandse gezondheidszorg vraagt intensieve en gecoördineerde inspanningen van alle betrokkenen. Maar indien deze uitdaging succesvol wordt opgepakt, en digitale zorg in de komende tien jaar wordt geïntegreerd in de zorg, levert dit voordelen op voor patiënt en zorgverleners. Bovendien betalen die investeringen in digitale zorg zich terug, met rendement. Wij hopen dat onze - binnen handbereik zijnde - dromen over digitale zorg steeds een stukje meer kunnen worden waargemaakt en dat de zorg van morgen fijner voor de patiënt én beter betaalbaar zal worden. 

Methodologie

De voor deze verkenning uitgevoerde analyse van de mogelijke betekenis van digitale zorg voor de Nederlandse zorg is gebaseerd op meer dan 500 internationale wetenschappelijke artikelen en onderzoeksrapporten. In deze literatuur is bestaande technologie getest in verschillende zorgomgevingen en zijn kwaliteitsverbeteringen en/of opbrengsten kwantitatief in kaart gebracht.

De relevante literatuur werd tussen 2014 en 2017 verzameld en geëvalueerd door McKinsey in het Verenigd Koninkrijk, Canada, Zweden en Nederland. In deze verkenning zijn de uitkomsten van die inventarisatie samengevat en zijn veertien verschillende digitale zorggebieden geïdentificeerd. Elk van deze gebieden kan van grote betekenis zijn voor de zorg in Nederland.

Bij deze analyse zijn enkel de meest betrouwbare resultaten gebruikt (bijvoorbeeld onderzoeken onder grotere populaties). Ook werd het onderzoek beperkt tot de directe effecten op de kwaliteit en kosten van de zorg. Indirecte effecten, zoals een productievere beroepsbevolking door afname van ziektelast, werden niet meegenomen. Ook is enkel die technologie in beschouwing genomen die vandaag de dag reeds beschikbaar zijn én waarvan de meerwaarde wetenschappelijk is aangetoond. We geloven dat onze berekening hiermee een conservatieve inschatting betreft, omdat we wel bestaande maar nog niet goed gedocumenteerde innovaties niet meenemen. (Figuur 10).

De huidige stand van zaken in het Nederlandse zorglandschap is als vertrekpunt genomen voor de berekening van de totale financiële opbrengst van digitale zorg. Historische gegevens over de zorg ontleend aan het Centraal Bureau voor de Statistiek, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en GGZ Nederland werden gebruikt als uitgangspunt om de kosten per zorgsector (zoals eerstelijnszorg, ziekenhuiszorg, GGZ en langdurige zorg) en per kostensoort (zoals personeelskosten, materiële kosten en overheadkosten) te berekenen.

Figuur 10
Explore a career with us